Interview



repetitiebeeld Repeatclub © Luna Nasello

Waar verschil begint te bewegen

door Aïcha Mouhamou, maart 2026

Wat als beweging niet langer vertrekt vanuit perfectie, maar vanuit verschil? In de hedendaagse dans wordt al langer geëxperimenteerd met inclusieve ensembles en alternatieve bewegingslogica’s, al sijpelen die niet altijd door naar voorstellingen met jongeren. Met Repeatclub werkt Danaé Bosman met een groep jongeren aan een choreografie die vertrekt vanuit hun eigen verschillende lichamen, en uit de beweging die ontstaat wanneer die elkaar ontmoeten.

Na haar parcours als uitvoerend danser, onder meer bij fABULEUS in ZOO doen ze de dingen, begon choreografe Danaé Bosman met ON- (2023) een onderzoek naar hoe verschillende lichamen samen een choreografische taal kunnen ontwikkelen. Met Repeatclub zet ze die zoektocht verder. Negen jongeren met uiteenlopende lichamen staan op scène — Mila Maeckelbergh, Jorden Destrycker, Elodie Grunewald, Nadia Nzeyimana, Ferre Cortebeeck, Ran Couvreur, Lisa Frencken en Gustav De Waele — als vertrekpunt van de choreografie zelf.

In de repetitiestudio stap ik binnen en zie negen jongeren op de vloer zitten, verdiept in het bespreken van een scène die zojuist voorbijging. Sommigen buigen zich naar Bosman en voegen hun eigen gedachten toe, hun ideeën vloeien samen met de hare. Het is een binnenkomer die meteen iets duidelijk maakt: hier wordt niet gewoon een voorgekauwde choreografie uitgevoerd, hier wordt samen gebouwd, stap voor stap, beweging voor beweging.

Aan het einde van de repetitiedag, wanneer het werk nog nazindert in de ruimte, schuif ik aan voor een gesprek met choreografe Danaé Bosman en dramaturg Liesbeth De Clercq. “Ik leg geen repertoire op dat de jongeren moeten volgen,” vertelt Bosman me. “Alles wat je in de voorstelling ziet, hebben ze zelf gemaakt. Natuurlijk heb ik dat wel gekneed.” 

repetitiebeeld Repeatclub © Luna Nasello

In beweging groeien 

In de studio worden de jongeren voortdurend in wisselende combinaties geplaatst: eerst twee aan twee, daarna in kleine groepjes. Zo ontstaat een organisch proces van trial and error, waarin onverwachte verbindingen opduiken en nieuwe bewegingen zich vanzelf ontvouwen. Een jongere met een fysieke beperking introduceert een eigen bewegingslogica die door de andere dansers wordt opgepikt, vertraagd of juist versterkt.  Een urban danseres die samenwerkt met iemand zonder danservaring kan op subtiele manieren liften, ondersteunen of aanvullen. Zo wordt er materiaal gecreëerd dat zowel de individuele expressie als de collectieve dynamiek voedt.

Zoals de naam van de voorstelling suggereert, is herhaling een fundamenteel principe in Repeatclub. Bewegingsmotieven keren terug, worden verschoven, verfijnd of versneld en vormen een patroon dat de groep gezamenlijk draagt. “Het gaat veel over herhalen, doorgaan, groeien,” zegt Bosman. “Samen die fysicaliteit voelen.”

De choreografie vertrekt niet vanuit een gedeelde techniek of dansachtergrond, maar vanuit een eenvoudige vraag: hoe breng je verschillende lichamen samen in beweging? In de repetitiestudio wordt gezocht naar gebaren die kunnen circuleren — bewegingen die worden doorgegeven, vervormd, vertraagd of versneld. Zo ontstaat een collectieve dynamiek waarin verschil geen obstakel is, maar een motor voor nieuwe vormen. De negen jongeren vinden elkaar op de vloer in een gedeelde puls, een fysiek ritme dat groeit uit de interactie tussen hun lichamen. 

Het proces is geïnspireerd op het beeld van vogels in vlucht, een formatie die voortdurend verschuift. Individuen sluiten aan, vallen even uit, voegen zich opnieuw bij het geheel, en langzaam ontstaat iets dat doet denken aan een zwerm die voorbijraast — een vloeiende, coherente massa waarin elk lichaam onlosmakelijk deel uitmaakt van het collectief.

Dramaturg Liesbeth De Clercq wijst op de mooie paradox van herhaling: juist door het steeds opnieuw beleven van een motief ontstaat ruimte voor variatie en nuance. “Wanneer een groep een beweging opnieuw beleeft, opent zich de mogelijkheid om iets anders te doen — een subtiele verschuiving, een ritmische wending, een nieuwe fysieke reactie.” Zo verandert de voorstelling van een demonstratie van beweging in een voortdurend proces van cocreatie, waarin persoonlijke expressie en collectieve structuur voortdurend in elkaar grijpen. 

Tegelijkertijd vraagt deze manier van werken een grote emotionele en sociale openheid. Tijdens de repetities wordt expliciet ruimte gemaakt om te bespreken wat werkt en wat niet. “Soms kan het gebeuren dat een van de jongeren over een eigen grens gaat,” vertelt Bosman. “Dat wordt dan gedeeld met de groep.” Zo’n gesprekken zijn essentieel: ze creëren een veilige omgeving waarin kwetsbaarheid niet alleen mogelijk is, maar zelfs de lijm vormt van de choreografie en het onderlinge vertrouwen.

Het is de combinatie van zelfstandigheid en verbondenheid, trial and error en herhaling, die Repeatclub zijn unieke ritme en energie geeft, en die het publiek uitnodigt om niet alleen te kijken, maar te voelen wat zich tussen de lichamen op scène ontvouwt.

Soundscape als stroom

Aan het einde van de dag houdt de groep een korte doorloop. Plots klinken beats die alles stevig samenbinden, en zodra de muziek erbij komt, lijkt de energie van de jongeren een extra impuls te krijgen. Hun bewegingen worden groter, sneller, speelser, alsof het ritme hen letterlijk optilt. Voor ik het weet voel ik dat mijn eigen lijf ook wil bewegen, alsof ik zelf deel uitmaak van deze stroom. 

Die klanken zijn het werk van multi-instrumentalist Dijf Sanders. “Dijf denkt dramaturgisch mee,” zegt Bosman. “Hij vertrekt vanuit een soundscape waaraan voortdurend wordt gesleuteld. Als ik denk aan vogels of stromende bewegingen, voel ik dat hij daar volledig op kan mee flowen.” Ritmes verschuiven, texturen veranderen, en telkens weer ontstaan nieuwe impulsen voor de jongeren om op te reageren.

Volgens De Clercq opent die wisselwerking tussen muziek en dans de mogelijkheid om een gezamenlijke bewegingstaal te ontwikkelen. “Hij brengt stijlen en kleuren samen en experimenteert met hoe muziek soms ondersteunt, maar net zo goed kan schuren. Dat maakt dat de groep zowel als individu als collectief kan reageren en vormgeven.”

De klanken zijn dus niet slechts een achtergrond; ze zijn voelbaar, tastbaar bijna. Ze vormen duidelijk een uitnodiging om samen te bewegen, te zoeken en te ontdekken. Een verlengstuk van het lichaam zelf, dat de groep voortdurend aanstuurt en uitdaagt.

repetitiebeeld Repeatclub © Luna Nasello

Ontmoeting

Het vertrouwen dat de jongeren tijdens de repetities in elkaar en in het proces tonen, vormde ook de basis voor de samenstelling van de groep. De cast werd geselecteerd via een open oproep, waarbij iedereen welkom was — van ervaren dansers tot jongeren die voor het eerst een repetitiestudio binnenstappen. “Het was belangrijk om een ontmoeting te faciliteren tussen mensen die elkaar in het dagelijks leven misschien niet snel zouden kruisen.” vertelt De Clercq. Jongeren met een fysieke beperking, maar ook zonder danservaring maar met voeling voor beweging, reageerden op de oproep. “Het community-aspect — dat sowieso belangrijk is in Danaé’s werk — is essentieel in het vormen van de groep,” voegt ze toe.

De keuze voor een open en diverse cast sluit aan bij een bredere vraag die Bosman al vroeg in haar carrière bezighield: welke lichamen verschijnen op een danspodium, en welke blijven onzichtbaar? Tijdens haar opleiding en eerste werkervaringen realiseerde ze zich dat bepaalde bewegingen blijven domineren, terwijl andere nauwelijks aan bod komen. 

Over de maatschappelijke context zegt ze: “Als jongeren met een uitdaging steeds worden apart gezet van wat als ‘de norm’ geldt, wordt hun eigen eiland uiteindelijk de hele wereld. Dan voelt een open oproep al snel niet voor jou bedoeld.” 

Bosman ging tijdens het creatieproces actief op zoek naar manieren om de kracht en eigenheid van elk lichaam zichtbaar te maken. Tegelijk vraagt een intens repetitieproces veel van jonge lichamen, en voor sommige deelnemers is extra zorg en begeleiding nodig. Zo wordt inclusie niet alleen artistiek, maar ook praktisch verankerd. De groep laat op scène zien dat kwetsbaarheid en kracht samenkomen, niet alleen in fysieke verschillen, maar ook in achtergrond, huidskleur, etniciteit of seksuele geaardheid — en dat openheid en bereidheid tot samenwerking de échte verbindende factor zijn.

Het is die ruimte die Repeatclub voor veel deelnemers een eerste echte stap in hun artistieke traject maakt. “Het is prachtig om te zien hoe sommige jongeren echt een shift doormaken,” zegt Bosman. “Er zijn er die aanvankelijk een toneelopleiding ambieerden, maar nu ook serieus nadenken over een dansopleiding. En er is iemand die hier voor het eerst ervaart wat een productie of een première eigenlijk betekent.”

In een tijd waarin voorstellingen vaak worden geanalyseerd en verklaard, nodigt Repeatclub uit tot iets anders: ervaren, meedeinen op het ritme, en de fysieke resonantie van de groep laten binnenkomen.

Wat op scène verschijnt, laat zich moeilijk in woorden vatten. Het beeld van de zwerm vogels — dat al vroeg in Bosmans denkproces opdook — krijgt hier zijn volle betekenis: lichamen die elkaar vinden, loslaten en opnieuw samenkomen. Wie leidt en wie volgt, doet er niet toe. Wat blijft, is een beweging die zich voortdurend herschrijft, een collectief waarin elk traject tegelijk eigen en verbonden is.

Het is die gedeelde adem van lichamen in beweging die blijft hangen. Niet omdat je het kan verklaren, maar omdat je het hebt gevoeld.

repetitiebeeld Repeatclub © Luna Nasello