Dreunen op donkere wolken
Choreograaf Michiel Vandevelde vertelt over de voorstelling die hij maakt met jonge metal-muzikanten en acrobatische dansers, over het diepe donker van jong zijn.
Op het donkerste punt van zijn eigen tienerjaren kroop Michiel Vandevelde bij fABULEUS het podium op, getypecast als depressieve puber in Instant Karma, een voorstelling van choreograaf Natascha Pire over identiteit. Michiel: 'Dat heeft Natascha me achteraf verteld, dat ik niet omwille van mijn capaciteiten als performer werd geselecteerd – want die had ik toen eigenlijk nog niet - maar omdat ik als beeld interessant was.'
De stille en timide jongere van toen zag op zijn dertiende een dansvoorstelling in 30CC die hem zo veel zin gaf om mee te dansen dat hij daar in de zaal besloot dat dansen was wat hij wilde. Michiel: 'Maar midden in het jaar waren de meeste danscursussen al gestart. Mijn moeder had gezien dat er bij fABULEUS een auditie was en heeft me ingeschreven. Ik had totaal geen ervaring, was echt aan het puberen op dat moment en zat niet goed in mijn vel. Ik deed al heel lang circus, maar had tegen die tijd ontdekt dat ik niet zo goed was in techniek en dat het mij eigenlijk ook niet zo hard boeide om daar per se beter in te worden. Toen kwam dans op mijn pad.'
Een kwarteeuw later is het Michiel zelf die jonge dansers en muzikanten op auditie laat komen. Dat ging zo: na die eerste ervaring in Instant Karma deed hij nog vijf keer mee als jongere bij fABULEUS, vervolgens ging hij voor een professionele opleiding tot danser en choreograaf bij P.A.R.T.S. en na zijn opleiding keerde hij meteen terug naar fABULEUS om er eerst Love Songs (veldeke) (2013), daarna Paradise Now (1968-2018) (2018) en nu zijn derde productie met jongeren te creëren. In out of hands zoomt hij in op de pijn van het jong zijn, de tijd van absolutely not fabulous. Ergens halverwege het repetitieproces vragen we Michiel waarom de depressieve jongen van toen vandaag wil wroeten in de donkere gedachten van jongeren.
Michiel: 'Wie jongere zegt, zegt een toekomst met nieuwe mogelijkheden. Maar het aantal jongeren met mentale struggles en de zelfdodingscijfers bij jongeren zijn enorm in België. Ik wilde daar een plek aan geven, op de scène en in de repetitiezaal.'
Heb je het gevoel dat de struggles vandaag anders zijn dan in jouw tienertijd?
Michiel: 'Ja, ik had veel meer hoop. Ik was zeer activistisch en dus ook zeer pessimistisch, maar wel vanuit de gedachte dat het nog niet te laat was. Ik zie dat de jongeren van out of hands heel geëngageerd zijn, en daarin schuilt ook hoop, maar de omstandigheden zijn wel totaal anders. In mijn tienerjaren zeiden we nog: het is tien voor twaalf voor het klimaat. Nu zeggen we: het is tien na twaalf. Dat is een fundamenteel verschil. '
Hoe creëer je een veilige plek om het over de mentale strubbelingen die jongeren ervaren te hebben?
Michiel: 'Ik denk dat geen enkele plek 100% veilig is, maar er is natuurlijk wel ondersteuning voor de spelers. De jongeren in out of hands hebben ook niet specifiek toegehapt omwille van het thema; ze willen gewoon graag op de scène staan. De voorstelling gaat dan ook niet over hun autobiografie of hun persoonlijke struggles. Waar ik naartoe wil, is dat het proces emanciperend werkt. Ik hoef niet te ontdekken wie de jongeren al zijn; ik wil - met hen - ontdekken wie zij mogelijks kunnen worden.'
Je verzamelde een groep van acht dansers en vijf muzikanten voor deze voorstelling. Hoe ging de auditie in zijn werk?
Michiel: 'Muzikant Ephraïm Cielen heeft de audities voor de muzikanten begeleid. Op basis van een speellijst met songs die ik qua sfeer interessant vond voor de voorstelling, is hij samen met hen gaan improviseren. Van daaruit is een groep jongeren samengesteld die én supergoede muzikanten zijn én een openheid naar elkaar hebben om samen nieuwe muziek te ontwikkelen.
Bij de selectie van de dansers waren acrobatische skills een criterium, omwille van de menselijke piramides die we bouwen. Daarom hebben we gezocht naar dansers die veel mogelijkheden hebben met hun lichaam. Mijn idee was dat het eerste deel van de voorstelling een soort installatie zou zijn van lichamen die piramides bouwen. Een dwangmatige opbouw en afbouw van manieren van samenzijn of van elkaar ondersteunen of niet kunnen ondersteunen. Tijdens de repetities hebben we gemerkt dat het heel veel technische kunde vraagt en dat het risico op kwetsuren groot is. Gaandeweg zijn we dus beginnen bijstellen en ontstaat er een andere bewegingstaal vanuit de samengestelde groep. We hebben veel gewerkt rond machtsverhoudingen. Macht is altijd aanwezig: hoe kan macht ook een fijn spel zijn, wanneer iedereen akkoord is om van rollen te wisselen?
Behalve de lastige acrobatische piramides gaan de jongeren elkaar ook met kettingen manipuleren en klinkt er live heavy metal uit de boxen. Klinkt best intens.
Michiel: 'Het is precies zoals ik me mijn eigen jeugd herinner: je lichaam is uit balans en groeit in alle richtingen, ook je bewustzijn van de wereld groeit, maar je gedachten gaan alle kanten op. Je bent nog heel klein en tegelijkertijd begin je een notie te hebben van seksualiteit, politiek, sociale omgeving en hoe je je daartoe verhoudt, maar je weet het allemaal ook nog niet zo goed. Er is een soort monsterlijkheid inherent aan het jong zijn, en dit soort dreunende muziek was voor mij passend om die extreme ruis in het hoofd te verbeelden. Het is trouwens geen heavy metal in de klassieke zin, meer experimental, noise, electronics, industrieel.'
Jullie hebben het ook over seksualiteit in de voorstelling. Hoe is dat voor de jongeren als straks hun familie en vrienden in de zaal zitten?
Michiel: 'Dat houdt hen wel bezig. Ik denk dat ze schipperen tussen 'O, shit, wil ik wel dat mijn ouders dit zien?' en 'Aargh, spannend dat ze iets helemaal anders gaan ontdekken dan wat ze gewoon zijn van mij.'. Out of hands is geen 'aangename' dansproductie. Maar ik streef ernaar dat het - ondanks de radicaliteit van het uitgangspunt - toegankelijk blijft voor een ruim publiek. Al is een beetje ongemakkelijkheid altijd goed.'
Bots je soms op weerstand van de groep bij je ideeën?
Michiel: 'Weerstand is er altijd, omdat ideeën altijd voor interpretatie vatbaar zijn. We hebben het in deze voorstelling over de donkere kant van jong zijn, over seksuele verlangens enzovoort. Voor jonge performers is het moeilijk om zich daartoe te verhouden, omdat ze er nog niet zoveel notie van hebben. Oudere performers zijn dan weer heel zelfbewust. Ze hebben meer danservaring en dan kom ik zeggen dat ik dat eigenlijk niet wil, heel mooi rechtop lopen bijvoorbeeld. Of bewegen volgens bepaalde patronen die ze zichzelf hebben aangeleerd. Ik ben op zoek naar lichamen die uit balans zijn en die niet reproduceren wat in een dansles wordt aangeleerd. Op dat vlak is het soms makkelijker om met jongere performers te werken: ze hebben minder lichaamsbesef, waardoor je dat lichaam nog meer kanten op kan sturen.
In de korte tijd die we samen hebben, probeer ik de jongeren te laten ontdekken dat sommige dingen die ze aangeleerd hebben, ook terug gedeprogrammeerd moeten worden. Dat is verwarrend voor hen, maar alleen zo komen we tot een bewegingstaal die de voorstelling dient.'
Wat leren de jongeren jou aan of af?
Michiel: 'Bij mijn eerste creatie bij fABULEUS, Love Songs, kwam ik net van de schoolbanken van P.A.R.T.S. met een soort high conceptual approach to art. Meteen aan de slag gaan met jongeren was de beste overgang die ik me heb kunnen wensen. Het was een breuk met alle ideeën over kunst die ik net had geleerd. Door van hen de vraag te krijgen: ‘we snappen niet wat je wilt’, moest ik in snel tempo herdefiniëren. Zonder die ervaring had ik veel langer koppig de weg van een conceptuele benadering van dans en theater gevolgd.'
Het einde van de repetities komt in zicht. Wat was het beste en wat het moeilijkste moment van dit maakproces?
Michiel: 'Wat altijd leuk is bij fABULEUS is dat je aan het begin van het proces een hele week samen in residentie gaat, zoals nu in Destelheide in Dworp. Om te repeteren, maar zeker ook voor de uren vooraf en nadien waarbij de jongeren veel samen rondhangen en je de groep geleidelijk ziet ontstaan. Daar hebben we veel toffe momenten gehad, van filmavonden tot gefaalde fuiven.
Het moeilijkste: je moet op een bepaald moment een soort breuk forceren waarbij je weggaat van het ‘leuk dat we dit allemaal samen doen’. In de kerstvakantie deed ik een soort shocktherapie om de jongeren verder te duwen dan hun comfortzone, zowel op technisch als op intentioneel vlak. Hoe sta je op een scène en hoe perform je dit materiaal? Dat leidt altijd tot conflict, maar dat vind ik net goed. Want daar begint het besef van ‘hoe verhoud ik mij hier echt toe? Wat wil ik en wat wil ik niet?’. Het is een belangrijke fase om daarna op een meer gedragen manier verder te werken. Voor hen was dat een moeilijker moment, waarbij ze heel veel vragen hadden over de richting die ik aan het uitgaan was. Maar voor mij was dat het meest vruchtbare moment van het proces.'
We hebben veel gepraat over de jongeren op het podium, maar wat met de jongeren in de zaal? Wat hoop je dat er bij het publiek resoneert?
Michiel: 'Ik hoop dat de voorstelling een bepaalde intensiteit heeft waardoor je mee wordt genomen op een reis, een trip, een zuiveringsritueel van het eigen innerlijk. Wat we tonen, is een soort dark cult, een gemeenschap die samenkomt en weirde dingen doet en je meeneemt in die tunnel met beelden die zeker niet extreem zijn, maar je hopelijk wel uitdagen om je ertoe te verhouden. Of het effectief zo ervaren wordt, hangt natuurlijk van jongere tot jongere af.'
Wat is de uitkomst van de voorstelling? Wat komt er na de donkere jaren?
Michiel: 'Ah, aan het einde is er bevrijding. Een loslaten van bepaalde dwangmatige sociale codes of verwachtingen, of denkmanieren waarin je bent opgegroeid. '
Wanneer heb jij zelf dat moment van bevrijding ervaren?
Michiel: 'Oh, pas na mijn dertigste.'
Dat is nog heel lang voor een tiener.
Michiel: 'Ja. Tienerjaren en twintigerjaren zijn lastig. Voor mij is er intussen veel ballast verdwenen op vlak van zelfzekerheid en zelfbeeld, maar verschillende mensen hebben verschillende ritmes, natuurlijk. En als de voorstelling ertoe kan bijdragen dat het iets versneld kan worden: super. Als niet, dan is het wat langer volhouden.
Ik ben ervan overtuigd dat iets delen in een vorm van gemeenschap kan helpen op de weg ernaartoe. Hopelijk kan deze voorstelling dat gevoel opwekken.'
Wie met vragen of problemen zit kan steeds bij Awel.be terecht voor een babbel.
Ine Van Baelen, maart 2025