De dramaturg

Enkele gedachten uit de repetities

Gaat het over een generatie? 
Over Gen Z wordt veel gezegd en geschreven. Deze jonge mensen, geboren tussen 1997 en 2012, zouden behoren tot “generatie angst”, ze zouden niet weerbaar zijn, gebukt gaan onder de druk en invloed van sociale media en ecologisch en economisch doemdenken. Het regent publicaties over hun dalende welzijn, over stijgende suïcidecijfers, over dalende schoolresultaten, over groeiende verrechtsing van jongeren, over hoe deze generatie het slechter zal hebben dan de huidige, over hoe ze niet (hard) willen werken, niet uit huis willen, een andere taal lijken te spreken … Het lijkt alsof Gen Z de oudere generaties voor een raadsel stelt. Alsof het een nieuw soort mensen betreft, een gemeenschap die onleesbaar en dus verontrustend is voor haar ouders en grootouders. 
Tijdens de eerste residentieweken in Destelheide, lazen we een aantal van die teksten “over” Gen Z. Het viel toen op hoeveel er over die generatie geschreven wordt, maar dat het toch niet altijd strookt met de ervaringen van de jongeren zelf. Misschien is dit eerder de generatie die via intimiteit, kwetsbaarheid, en nihilisme tot een andere manier van samenleven kan komen. 

Wat is de donkere kant van jong zijn? 
Out of hands heeft als vertrekpunt de donkere kant van jong zijn in deze tijden. Misschien draait dat vandaag niet zozeer om andere topics dan voor vorige generaties, maar de extremen worden groter en grilliger. Deze generatie heeft nooit een wereld zonder internet gekend. Het is ook de generatie die niet langer de gruwelen van de twintigste eeuw als referentiekader heeft, noch de kortstondige glorietijd van de welvaartstaat en de zogenaamd vrije democratieën. Sociale media en smartphones zijn deel van hun leven, net als een onrustige wereldorde die sinds pakweg de economische crisis van 2008 en de verkiezing van Trump en de Brexit in 2016 in het Westen het idee van voortdurende vooruitgang en groei deden afbrokkelen. Je zou verwachten dat het dan gaat over mentale kwetsbaarheid ("generatie angst"), impact van sociale media, angst voor de toekomst, een soort gelatenheid. 
Tijdens het creatieproces kwam er echter een ander soort donkerte naar boven, namelijk die van de ongebreidelde driften bij jonge mensen. De klemtoon verschoof van de wereld rondom de jongeren, naar hun binnenwereld en verbeelding. TikTok, Snapchat en andere platformen hebben uiteraard een invloed op wat jongeren binnen krijgen en ook op wat ze uitsturen, aangevuld met bredere maatschappelijke tendensen. In de voorstelling verkennen we weirde, vrije, perverse, seksuele fantasieën en spelletjes, en experimenteren we met machtsverhoudingen. Ben ik nu eens dominant, en dan weer submissief? Wat is er leuk aan beide posities en hoe ze in elkaar over kunnen vloeien? Hoe dwing ik als “onderdanige” mijn tegenspeler in de rol van “machtige” en wie heeft dan echt de macht? Kunnen we zo een vertrouwensrelatie opbouwen? Je kan de voorstelling bekijken als een spel van macht geven en macht nemen, in een ontregelend en onvoorspelbaar kluwen van verlangens, relaties, pijn en plezier. Uiteenlopende gedachten, fantasieën en ongecontroleerde verlangens passeren de revue. Allerlei zaken die misschien wat onderbelicht blijven door een te grote focus op deze generatie als één van angst en preutsheid. 
De donkere kant van jong zijn is dan zoals de dark side of the moon: dat wat velen niet zien, wat ouders of scholen niet weten, wat jongeren niet rechtstreeks delen tenzij misschien online. Sociale media zijn op dat vlak een tweesnijdend zwaard. Ze vergroten en versterken bepaalde negatieve of meer extreme spiralen, maar ze zijn ook een speeltuin voor het voeden van allerlei fantasieën en perversies, wat niet per se slecht hoeft zijn. Integendeel: het kan de horizon net verbreden. Het zijn die verbeeldingen en fantasieën die worden verkend en uitgeprobeerd in het tweede deel van de voorstelling. Het genot, de waanzin, het plezier, de pijn, het geweld, maar vooral: het spel. 
Alleen is die nieuwe, grillige horizon niet wat volgens meer conservatieve opvattingen een correcte weg naar volwassenheid zou moeten zijn. In die zin is Gen Z afwijkend. Ze voeren de maatschappelijke constructies en verwachtingen nog wel uit (met een Balenciaga attitude), maar achter die façade gaat een wereld schuil waarin constructies en patronen worden losgelaten, en ontwricht raken. Het ontbreken van stabiele referentiekaders of hoopgevende toekomstperspectieven leidt niet geheel onverwacht tot het een houding van 'Fuck you, I don't care' / 'this is not my world'. Dat is één van de redenen voor de keuze voor metal of meer donkere, doom, noisy muziek referenties: het omzetten in een muzikale vorm van een afwijzing, van een spel met woede en donkerte. En toch, er zit ook veel humor in deze genres. 

De voorstelling als ritueel
De groep jongeren in Ouf of hands is niet louter een representatie van een generatie. Je kan ze ook bekijken als een soort 'cult', een sekte die zich heeft afgekeerd van de samenleving en die een ritueel opvoert over haar relatie met die samenleving. Door middel van mantra’s en slogans worden ze een groep, versterken ze hem, en laten zich als gemeenschap zien. In een reeks piramides bouwen ze vervolgens constructies op. Je kan dat tegelijk heel concreet bekijken (ingewikkelde acrobatisch-choreografische constructies), of als metaforische beelden voor bouwwerken, samenlevingen en samenlevingsvormen. In een tweede deel worden de constructies losgelaten en we gaan van façade, naar de meer innerlijke wereld. Alsof je in een SM-kelder, of één of andere versie van de Berlijnse KitKat club terecht komt. Hier gaan de fantasieën de vrije loop, maken de constructies plaats voor het ongeregelde, melodie en harmonie voor improvisatie. Het is een speeltuin voor perversies en dingen die je misschien in het 'echt' niet zou (mogen) doen. De muzikanten worden hier ook actiever mee performer, de muziek maakt mee grillig, is minder geconstrueerd, meer free jazz. 
Als het eerste deel de typische rituele stap is van het vaststellen en tonen van de huidige posities, en deel 2 de typische fase is van het 'liminale', het grensgebied dat opgezocht wordt in een ritueel, dan is deel 3 de verwerking en het zoeken naar een nieuwe positie. Na de strakke constructies en het ontregelde, is er nu lucht en ruimte voor een vrijere manier van dansen en komt er in de muziek ook een andere sfeer: opluchting, bevrijding. Hoe vrijer en naïever, hoe kwetsbaarder deze fase ook wordt. Uiteindelijk kijken we gewoon naar jongeren, met nog sporen van een kinderlijke speelsheid. Maar lost het ritueel ook iets op? Misschien is het ritueel meer een soort manier van omgaan met de wereld, zonder de hoop hem te veranderen. En tegelijk: een sekte of cult zoekt naar een eigen manier om 'in de wereld' te zijn, en dan is de afwijzing en het zoeken naar de eigen verbeelding net een noodzakelijke eerste stap om de mogelijkheid te scheppen voor een andere vorm van leven. De wijze waarop de performers zijn uitgegroeid tot spelers die invloeden, dynamieken en verbeelding kunnen vormgeven en omzetten in een kunstwerk, inspireert alvast.