De kostuums

Julia Ballardt en Nico Verhaegen, oprichters van modelabel Milk of Lime, ontwierpen de kostuums voor out of hands: een boeiende afwisseling met hun ‘gewone’ modecollecties.

Julia: ‘Ik raakte op m’n zestiende geïnteresseerd in mode, maar dans heeft me altijd al geboeid – en vooral ook de kleding van dansers. Het voelt dan ook logisch om samen te werken met een choreograaf.  De danswereld en de modewereld kunnen elkaar echt versterken.’ 

Hoe verschilt ontwerpen voor een dansvoorstelling van het maken van een gewone modecollectie?

Nico: ‘Het grootste obstakel is dat je in deze kleding moet kunnen dansen. Daardoor zijn we beperkt in de materialen en de snit. Een ander verschil is dat we nu stukken maken voor een specifiek persoon. De dansers hebben verschillende lichaamstypes. Je kan niet zomaar kledingstukken wisselen. Bij een gewone collectie zoeken we pas achteraf de geschikte modellen voor onze kledij.’

Hoe zijn jullie aan de kostuums voor out of hands begonnen?

Nico: ‘We zijn vertrokken vanuit de inspiratie van choreograaf Michiel. We dachten na over hoe we zijn ideeën konden vertalen naar kleding. De prints vormden het vertrekpunt, omdat die het meeste tijd vragen om te ontwikkelen.’

Julia: ‘Voor die prints hebben we bestaande stoffen gescheurd, uitgerokken en in stukken geknipt. Van die texturen maakten we foto's, en op basis daarvan ontwierpen we de prints. Sommige kledingstukken lijken kapot, maar dat is eigenlijk een print. Die combineren we dan weer met stukken die wél echt gescheurd zijn. Zo vormt alles een samenhangend geheel.’

Hadden jullie nog andere inspiratiebronnen?

Julia: ‘We speelden ook met elementen uit de graffiticultuur. We maakten een T-shirtmasker dat doet denken aan rebelse jongeren die snel iets om hun hoofd binden, wanneer ze een trein of iets dergelijks met graffiti bespuiten. In geen enkele andere context zou je zo'n T-shirt als masker gebruiken. Alleen als je snel iets wil doen, zodat je – wanneer je betrapt wordt – het masker kunt losmaken en aantrekken als T-shirt.’ 

Hoe lang duurde het om de hele collectie af te ronden?

Julia: ‘We mikten op twee à drie maanden, maar door de complexiteit van de pasvormen, de verschillende lichaamstypes van de dansers en het werken met nieuwe materialen – zoals rekbare stoffen – werd het uiteindelijk een traject van een half jaar. En tussendoor werkten we ook aan andere projecten. Soms moet je een idee even loslaten om er daarna met een frisse blik naar te kunnen kijken.’

Heeft deze collectie dezelfde toekomst als een gewone collectie?

Nico: ‘Nee, want met een gewone collectie zou je proberen om die in de winkel te krijgen en te verkopen. Normaal gesproken zouden we elk kledingstuk in meerdere exemplaren maken, maar dat is voor de meeste kleren van deze collectie onmogelijk.’ 

Julia: ‘We hebben speciale technieken gebruikt – sommige stukken hebben we in meerdere verfbaden gelegd – waardoor het onmogelijk is om twee keer hetzelfde resultaat te krijgen.’

Nico: ‘Al zijn er uitzonderingen. Een van de gebreide truien uit de collectie gaan we wel uitbrengen en we zijn ook bezig met een boek over dit project – zo krijgt de collectie toch een langer leven.’

(Staf Smets)